Raman- en FTIR-spectroscopie (Fourier-transform infrared) bieden moleculaire informatie over de structuur en samenstelling van chemische en biologische monsters. Vanwege de fundamentele principes die van toepassing zijn op elke technologie, kunnen beide complementaire informatie opleveren. Vaak is echter één technologie een betere keuze, afhankelijk van de aard van de toepassing.
a. Ramanspectroscopie levert informatie op over intra- en intermoleculaire trillingen. De eerste biedt een spectrum dat kenmerkend is voor de specifieke trillingen van atomen in een molecuul en is waardevol voor het identificeren van een stof, vorm en moleculaire ruggengraatconfiguratie om er maar een paar te noemen. Dit laatste levert informatie op over lagere frequentiemodi, die de kristalroosterstructuur en polymorfe vorm weerspiegelen.
b. Infraroodspectroscopie biedt een "vingerafdrukgebied" van het spectrum waar intramoleculaire trillingen goed gedefinieerd zijn en zeer kenmerkend zijn voor de binding van atomen.
Een praktisch voorbeeld van differentiatie tussen deze twee technologieën is het onderzoek naar een kristallisatieproces, waarbij Raman vaste kristalvorm(en) analyseert en IR tegelijkertijd de kenmerken van de oplossingsfase meet, zoals oververzadiging.











