Op het gebied van absorptiespectroscopie hebben we technieken zoals UV/VIS, infrarood (IR), NDIR, TDL en Raman. Deze methoden zijn gebaseerd op een eenvoudig principe: specifieke lichtfrequenties worden op een nauwkeurige en consistente manier door moleculen geabsorbeerd. Dit betekent dat een molecuul bij een bepaalde concentratie licht zal absorberen bij dezelfde golflengtes, waarbij de hoeveelheid geabsorbeerd licht rechtstreeks verband houdt met de concentratie van het molecuul. De wet van Beer-Lambert legt dit concept vast in de vergelijking:
I = I0 e-acL
De absorptie-eigenschappen kunnen sterk verschillen. UV/VIS-absorptiebereiken zijn onder andere breed, terwijl nabij-infrarood (NIR) spectroscopie, waaronder TDL, zeer smalle golflengtes heeft. Deze beperking maakt een selectievere aanpak mogelijk om een bepaalde analyt in een gemengde gasstroom te identificeren.
De vergelijking vertelt ons dat als u de absorptie van licht wilt verhogen – vooral bij lage concentraties – u de optische padlengte (OPL) die de laserstraal aflegt moet vergroten of de concentratie van de absorberende soort moet verhogen.
Hieronder bekijken we manieren om metingen voor zeer lage analytconcentraties met TDL te verbeteren door de OPL te verhogen door unieke optische opstellingen, waarbij we de voor- en nadelen van elke aanpak onderzoeken.